top of page

Deze columns zijn eerder gepubliceerd in de Especial Life, tijdschrift voor Nederlanders is Spanje.

Geschreven door Maarten Erasmus

albunuelas_edited.jpg

1. Zakendoen in Spanje

De oud-eigenaar van ons huis was blij dat we zijn huis hadden gekocht. Of we misschien sinaasappels wilden? Hij ging ons voor naar een prachtige tuin, vol groenten, bloeiende bomen, een zwembad en heel veel sinaasappels en plukte twee zakken vol. “José Luis, we gaan morgen met het vliegtuig, we kunnen geen vijftien kilo sinaasappels meenemen.” “Och,” zei hij, “geef ze maar weg, want we krijgen er geen cent voor”.

José Luis is één van vele mensen in het dorp die ons een warm welkom gaven. Na een jaar van verbouwingen aan ons huis wilde ik iets terugdoen voor iedereen die ons geholpen had. Ik ben met José-Luis naar de lokale bar gegaan en vroeg of het een idee was om de sinaasappels in Nederland te verkopen? Dat leek ze wel wat. José-Luis kende de president van de coöperatie, dus hij zou een afspraak maken. Prima, maar ik wilde eerst peilen of er in Nederland belangstelling voor was. Ik schreef een post op LinkedIn: “Te koop: sinaasappels uit ons dorp”. De post ging viraal. Hij kreeg 1,3 miljoen views, NPO-radio belde, de Volkskrant, vakbladen, iedereen wilde het verhaal horen. Ik kreeg 2,5 duizend berichten van mensen die mijn sinaasappels wilden kopen. Toen wist ik dat het met de verkoop wel goed zat.  

Ineens had ik een onderneming, maar nog geen enkele sinaasappel. José-Louis maakte een afspraak met Pepe, de president van de coöperatie. Mijn vrouw Selma vond dat ik een pak aan moest, want Spanjaarden zijn nogal op hiërarchie. Voor de eerste keer sinds onze verhuizing had ik weer een zakelijke afspraak en een kostuum aan. Pepe bleek een man van rond te tachtig met een gatentrui, dus ik kwam nogal overdressed aan. Ik vertelde dat ik een tolk had, die online mee zou doen. Dus na een tijdje begonnen de mannen om zich heen te kijken met de vraag waar de tolk bleef? Toen ik mijn laptop opende en Yana introduceerde begonnen de heren elkaar te vertellen dat ze dit helemaal niks vonden. Maar het was wel praktisch, gaven ze toe. Ik legde mijn plan aan Pepe voor en hij beloofde me te helpen. Aan het eind van het gesprek stelde ik voor om alle afspraken samen te vatten. Dus vroeg ik het email adres van de coöperatie. Dat hadden ze niet. Geeft niks, Whatsapp kan ook. Dat had Pepe ook niet. Maar ik kon toch gewoon bellen? Ik had nog een lange weg te gaan…

WhatsApp-Image-2025-02-22-at-11.24_edited.jpg

2. Brompotten en herbewoners

​Twee weken voordat de eerste zending sinaasappels naar Nederland zou vertrekken gaf de coöperatie niet thuis. De president zei dat hij geen sinaasappels had. “Pépé, ik zie ze overal hangen, ze worden met karrenvrachten aangeleverd en je hebt geen sinaasappels?” “Nee, ik heb ze niet”. Een half jaar voorbereiding dreigde verloren gegaan. Nu had Pépé in de maanden ervoor al niet zo’n enthousiaste indruk gemaakt, daarom had ik aan een dame in het dorp die me vaak helpt met vertalingen, gevraagd om contact op te nemen met de andere coöperatie in het dal. De president heette Jesús en stond bekend als een weinig behulpzame, egoïstische brompot.

Nog dezelfde middag had ze een afspraak geregeld. Van een brompot bleek geen sprake. Jesús was zeer vakkundig, behulpzaam en vriendelijk en binnen een uur was alles geregeld. Vanaf dat moment zou hij mijn rechterhand en levenslijn worden voor de levering van sinaasappels naar Nederland. Pas veel later zou blijken dat de dame per ongeluk de verkeerde Jesús had gebeld en niet de brompot. Soms heb je gewoon geluk.

Zakendoen met iemand als Jesús is een prettige ervaring. Er is een verschil met zakendoen in Nederland, maar het duurde even voordat ik het verschil kon duiden. In Nederland draait een zakelijk gesprek altijd om de vraag: wat zit er in voor mij? Bij Jesús gaat de vraag over jou. Hoe gaat het met je? En hoe kan ik je helpen? Die persoonlijke band is heel belangrijk. Afspraken maak je niet over de telefoon, maar samen aan de keukentafel. Alles draait om vertrouwen. Als dat er is, loopt de rest vanzelf.    

Misschien hebben Pépé en de brompot te vaak het deksel op hun neus gekregen, waardoor ze argwanend zijn ten opzichte van verandering en vernieuwing in hun omgeving. En misschien wordt het tijd dat ze plaats maken voor een nieuwe generatie. In een reportage die de Andalusische televisie maakte van Jesús, werd hij repoblador genoemd, wat zoiets betekent als herbewoner. Hij is één van de mensen die kiezen voor een leven op het platteland en zich inzetten om, in zijn geval, oude boomgaarden weer rendabel te maken. De brompotten moeten er niets van hebben, maar de nieuwe generatie kijkt de kunst af en volgt het voorbeeld. Zo kan een enkele herbewoner het verschil maken en een heel dorp nieuw leven inblazen. Als het vertrouwen er is, loopt de rest vanzelf.

olijven-olijfboom.jpg

3. Zondag gaan we oogsten

Onze vriend Miguel weet wanneer het tijd is om de olijven te oogsten. We staan al weken paraat als het moment daar is: “Zondag gaan we oogsten”.  We hadden flink moeten aandringen om te mogen helpen. Miguel vond het oogsten van olijven zwaar en vuil werk en dus niet geschikt voor ons, maar uiteindelijk ging hij overstag.  

Vroeg opstaan is niet echt ons ding. Desondanks slagen we erin ons op de bewuste zondagochtend in november om zeven uur te melden bij de olijfboomgaard. Het gezin was al een uur bezig met het uitspreiden van de netten. Ik denk dat er in eeuwen niks veranderd is aan de manier waarop olijven geoogst worden, behalve dan de boomschudder waarmee Miguel ons voorgaat. Tak voor tak worden de olijven uit de boom gebibberd. Wij volgen met lange stokken om de laatste olijven alsnog uit de boom te slaan.

We hadden geluk. Het ene jaar geven de bomen meer olijven dan het andere. Miguel heeft 80 olijfbomen waar in een goed jaar tot 5000 kilo van afkomt. Dan ben je een heel weekend aan het sjouwen. Wij troffen een schraal jaar. Dus was er om 10 uur tijd om te ontbijten met bier en gefrituurde varkensoren. Integreren vergt offers.

Lang stilzitten was er niet bij. De olijven moeten dezelfde dag nog naar de molen. We gaan naar Reyes Rivero, een van de weinige molens waar je je eigen olijfolie kunt laten persen. Eigenlijk worden ze gecentrifugeerd, maar geen Spanjaard zal het in zijn hoofd halen om van een “olijfoliecentrifuge” te gaan spreken. In het seizoen draait de molen dag en nacht door en slingert er een lange rij wachtende auto’s door het dorp. Wij hadden een afspraak en mogen meteen onze olijven een gat in de grond gooien. We voegen ons vervolgens bij het groepje mannen dat in het gat staart om de olijven van commentaar te voorzien en kijken hoe onze olijven het proces van wassen en ontbladeren ingaan.

Dan komt het geluksmoment. Aan de andere kant van de centrifuge stroomt een dikke straal groene olijfolie. De kenners weten het meteen, dit is goed spul. We helpen Miguel met het vullen van de flessen tot we ongeveer 70 liter hebben. Dat is genoeg voor een jaar. Natuurlijk stellen we niet de idiote vraag of hij geschikt is om in te bakken. Extra Virgen olijfolie is bijzonder geschikt om in te frituren. Wat er overblijft verkoopt Miguel aan de molen. “Volgend jaar weer?” “Zeker weten!”

Afbeelding1.jpg

4. Zwarte rijst uit het haardvuur

Een witte bestelauto rijdt onze oprit op met twee mannen op leeftijd. Ik herken José. Die heeft een berghut aan de andere kant van de kloof en is dus onze buurman. De ander stelt zich voor als Pépé. Ze hebben bij elkaar in de klas gezeten. De mannen zijn gekomen om ons uit te nodigen voor de lunch met zwarte rijst. Op onze vraag wanneer we verwacht worden is het antwoord nu. Nou ja, over een half uur mag ook, want ze moeten nog wat voorbereiden.

Een half uur later zitten we in de zon voor het huisje. Er komen meer mannen de berg op. Ze blijken allemaal in het dorp te zijn opgegroeid. Sommigen zijn ergens anders gaan wonen maar ze blijven elkaar regelmatig opzoeken, zoals vandaag.

Het leven in de bergen is voor mannen. Dat is de plek waar ze even alleen kunnen zijn zonder bemoeienis van hun vrouw en andere familieleden. Selma mag er ook bij zijn. Zij is anders. Zij woont in de bergen en dat is stoer. Het liefst zou José ook in de bergen wonen, maar zijn vrouw wil dat absoluut niet. Een blik op het interieur van zijn berghut is voldoende om haar standpunt te begrijpen.  

De mannen gaan flink aan het bier en worden steeds luidruchtiger. Ene Antonio is wat slecht ter been en besluit binnen te gaan zitten. Hij blijft wel deelnemen aan het gesprek door heel hard naar buiten te roepen. Het praten gaat steeds sneller en het Andalusisch dialect krijgt de overhand. Het blijkt over politiek te gaan, maar het enige wat we nog meekrijgen zijn de stopwoorden die ik hier niet zal vertalen.  

In de open haard wordt gekookt. De rijst moet nog een tijdje garen, dus eerst komen er garnalen en dorado’s. Iedereen krijgt een stuk brood. Eten doe je staand, met het stuk brood als bord. We nemen wat van de  garnalen en de hemel gaat open. “Wat is dit lekker!” De dorado’s en daarna de zwarte rijst doen er niet voor onder. Hoe kun je zo iets lekkers maken in een open haard?

Pépé moet lachen en buigt voorover. “Ramón heeft dit gekookt. Hij heeft een restaurant in Barcelona en hoort dit jaar tot de top 10 beste koks van Spanje.”  Hoe bedenk je dit? Een topkok op onze berg? Dan stapt iedereen in zijn auto om beneden weer aan het werk te gaan. We zwaaien ze uit. “Wacht,” zegt José. “ik heb nog wat voor je.” We krijgen 20 kilo sinaasappelen mee naar huis.

firewood.jpg

5. Haardhout

​

Winters in Spanje zijn koud. En al helemaal in de bergen waar wij wonen. Gelukkig hebben we twee goede houtkachels en een heleboel hout in de tuin om te stoken. Je moet het alleen wel zagen. Dit jaar schiet dat er bij in. De voorraad is behoorlijk aan het krimpen, dus gun ik mijzelf de luxe om hout te bestellen. Bij Juan.

Juan heeft een mooie partij olijfhout en wil hem zondag graag komen brengen. s’ Morgens belt hij om te vragen hoe het weer boven is. Ik vertel hem dat het prima weer is, maar dat er wel sneeuw voorspeld is.

Juan besluit nog een uurtje te wachten, zodat tegen de tijd dat hij vertrekt de eerste vlokken al vallen. Anderhalf uur later rijdt Juan onze oprit naar beneden. Hij stort een grote berg haardhout achter ons huis. Het hele gebeuren duurt niet langer dan 20 minuten, maar het sneeuwt zo hard dat in de korte tijd de hele wereld om ons heen is bedekt met een dikke sneeuwlaag.

Juan kijkt bedenkelijk. Hij vermoedt dat het te glad is om terug naar boven te komen, maar hij wil wel een poging wagen. Juan is niet de eerste de beste. Hij is van beroep graafmachinemachinist en woont zijn hele leven al in de bergen. Ik ga er van uit dat hij ook wel eens in de sneeuw heeft gereden, maar afgaande op de actie die nu volgt is dat niet terecht.

Juan wil zoveel mogelijk druk op de achterwielen en zet de laadklep helemaal omhoog. Hij neemt plaats achter het stuur, geeft gas en laat de koppeling opkomen. Met veel lawaai en slippende achterwielen slingert de vrachtwagen de oprit op. Met de vier meter hoge laadklep neemt hij de helft van de eikenboom mee, waardoor de laadklep uit het scharnier schiet en het hele gevaarte dwars op de oprit blijft steken. Juan zit vast.

Ik stel voor om mijn sneeuwkettingen om te leggen en hem eruit te trekken. Maar Juan ziet het niet meer zitten. “Het is veel te glad. Als ik met dit weer de berg af moet, dan is de kans groot dat ik van de weg af raak”. Daar heeft hij een punt. Met zijn rijstijl ligt hij meteen in de eerste afgrond, dus zit er weinig anders op dan Juan naar huis te brengen.

Twee dagen later is de sneeuw gesmolten en haalt Juan met vijf vrienden de vrachtwagen van onze oprit. Ik beloof mijzelf plechtig voldoende hout te zagen voor het volgend seizoen.

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • LinkedIn

©2023 Vallei van Geluk. Met trots gemaakt met Wix.com

bottom of page